In april 2014 interviewde ik Marise en Joris Koch over hun project in de Rhotia Valley in Tanzania. Ook voor hun werk vormt het Coronavirus op dit moment een bedreiging. Daarom steun ik nu een crowdfunding-actie voor de kinderen van Rhotia Valley Children’s Home. Doe je mee? Alle bijdragen zijn welkom!
Zie: 
www.gofundme.com/rhotia-valley en/of www.rhotiavalley.com/crowdfunding 

 

Rhotia Valley moet ook zonder ons kunnen bestaan 

[NRC, 12 april 2014]
 
Namen: Marise Koch-Hekstra (62) en Joris Koch (67)

Wonen: in Rhotia Valley, Karatu Ngorongoro, Tanzania, en enkele maanden per jaar in Apeldoorn
Hadden: een huisartsenpraktijk, samen, in Apeldoorn (1978-2009)
Geven nu leiding aan: Rhotia Valley, een weeshuis en ‘tented lodge’ in Tanzania

Zij: „Golfen, dagtripjes met de trein, strandvakanties – aan mij is het niet besteed. Het past gewoon niet bij wie ik ben.”

Hij: „We zijn gezond, gelukkig. Het gaat goed met onze kinderen en kleinkinderen, dus we kunnen doen wat we willen. Zolang dat het geval is, zul je ons niet achter de geraniums aantreffen. In Tanzania groeien die trouwens uit tot flinke bomen. Ik zeg wel eens grappend: ‘Zullen we d’rachter gaan staan en een foto van onszelf laten maken’?”

Zij: „Ik ben ervan overtuigd dat je je als mens het gelukkigst voelt als je je inzet voor je medemens: ‘wie goed doet goed ontmoet’ – een oeroude wijsheid.”

Hij: „In 1978 hebben we samen een huisartsenpraktijk in Apeldoorn overgenomen. Toen m’n zestigste jaar in zicht kwam, heb ik onze pensioenpapieren er eens bij gepakt. Toen zag ik: met dertig jaar premie betalen hebben wij een mooi pensioen opgebouwd en kunnen we iets anders gaan doen.”

Zij: „Ik besteedde al een deel van mijn tijd aan het organiseren van nascholingscursussen voor artsen. Daaruit was een samenwerking ontstaan met een ziekenhuis in Arusha, aan de voet van de Kilimanjaro. Met een groep artsen combineerden we verschillende activiteiten: zelf nieuwe dingen leren, kennis uitwisselen met Tanzaniaanse collega’s, meewerken aan de bouw van een kliniek in de buurt en ’s avonds gezelligheid en samen eten. Gecombineerde werk- en doevakanties waren het. Prachtige ervaringen.”

Hij: „En toen, in juni 2006, viel alles op z’n plek, door toeval dat bijna geen toeval kon zijn.”

Zij: „Via-via waren we in contact gekomen met een vrouw met een grote erfenis. Ze wilde die bestemmen voor een weeshuis in Afrika. Ik zei: ‘Ik ga binnenkort weer naar Tanzania voor een nascholingscursus. Als je meegaat, kan ik je met mensen daar in contact brengen. Tien dagen lang was ik aanwezig bij allerlei gesprekken, maar het liep op niets uit. Terug in Nederland belde een vriendin: ‘Kom je vanavond wat drinken? Er is een vriendin over uit Afrika en jij bent er net geweest, dan kun je ervaringen uitwisselen.’”

Hij: „Ze kwam thuis van die ontmoeting en zei: ‘We hebben een plan! We gaan zelf een complex met vakantie-lodges opzetten in Tanzania, als bron van inkomsten voor een kindertehuis.’”

Zij: „Ja, echt, dat idee was er opeens – pats! De volgende dag gebeurde er nóg iets bijzonders. Ik was in een winkel met stoffen in prachtige Afrikaanse kleuren, hier in Apeldoorn, en raakte in gesprek met de vrouw van die winkel. Zij zei: ‘O, als u in Afrika wilt investeren, dan geef ik u het 06-nummer van een kennis. Bel hem maar eens op.’ Nog diezelfde avond kwam deze man bij ons op bezoek en hij zei: ‘Schrijf een businessplan.’ Dat had ik een dag later op papier. Zo is die bal gaan rollen.”

Hij: „Vanaf dat moment kwam er een keten van acties en activiteiten op gang, van meevallers en tegenvallers, zoeken en vinden, want ja, je gaat ondernemen in een Afrikaans land – dan kom je voor een hoop verrassingen te staan.”

Zij: „Corruptie ja, zo mag je dat wel noemen. We zijn in eerste instantie met de verkeerde lokale vertegenwoordigers in zee gegaan. We hadden bouwgrond verworven in Rhotia Valley, twee uur rijden van Arusha, waar op de ene heuvel de toeristenaccommodaties in aanbouw waren en op de andere heuvel de gebouwen voor het kinderhuis. Ik kwam op de bouwplaats en iedereen rende op me af: waar blijft ons geld? Wij hadden vervalste bankafschriften gekregen; leveranciers en aannemers waren helemaal niet uitbetaald. Zes rechtszaken hebben we moeten voeren om ons project overeind te houden.”

Hij: „Dat was in 2007. Toen heb ik gezegd: ga jij alvast permanent daar heen, want het kan alleen een succes worden als jij er zelf bovenop zit. Laat iedere spijker door je eigen handen gaan. Ik maak eerst de dertig jaar van onze praktijk in Nederland vol en kom daarna. Toen hebben we een kleine twee jaar een latrelatie gehad.”

Zij: „Uiteindelijk hebben we bereikt wat we wilden bereiken. We bieden nu onderdak aan achtendertig weeskinderen en besturen de dorpsschool met 400 kinderen. We exploiteren vijftien tenthuizen, plus hoofdgebouw voor de maaltijden en een zwembad. Twintig procent van wat de toeristen betalen, gaat rechtstreeks naar het kinderhuis. We hebben een bakkerij opgezet die 600 broden per dag bakt: voor de toeristen, voor de kinderen en om te verkopen in winkels in de buurt. We hebben dertien koeien: voor de melk, voor de mest in onze moestuinen en voor een biogastank. We hebben 62 personeelsleden in dienst. En Afrikanen leven in extended families: tientallen families kunnen in hun levensonderhoud voorzien dankzij Rhotia Valley.”

Hij: „Wij vormen de spil van deze hele onderneming, maar zoiets kun je onmogelijk met z’n tweeën realiseren. In Nederland hebben we de steun van een stichtings- bestuur dat fondsen werft en beheert. We werken met een lokale bedrijfsleider en twee jonge Nederlanders die een contract voor twee jaar hebben. Vrijwilligers uit de hele wereld komen projecten bij ons doen.”

Zij: „Natuurlijk denken we ook na over onze rol op de langere termijn. We zullen onszelf overbodig moeten maken, Rhotia Valley moet ook zonder ons kunnen bestaan. Maar voorlopig valt er ook voor ons nog genoeg te doen. We kunnen, hopen we, in Tanzania nog jaren vooruit.”

Dit is deel 1 van een nieuwe serie interviews, De derde helft – gesprekken met mensen die, vanaf circa 60 jaar, een geheel nieuwe wending geven aan hun leven.