Simpele tips voor een duurzamer leven

Het woord ‘duurzaamheid’ is een nogal breed en (daardoor) vaag begrip. Veel mensen denken dat ze op kosten worden gejaagd (voor zonnepanelen), of ze vinden dat aan dit woord de geur hangt van ongewassen geitenwollen sokken. Juist voor hen heb ik dit stuk geschreven: ‘groen doen’ hoeft helemaal niet zo duur en ingewikkeld te zijn! Zie deze tips. Praktische aanvullingen zijn welkom via LinkedIn.

[Samenvatting]
– Dit verhaal telt nu 5 thema’s: 1 Spullen; 2 Gas- en stroomverbruik thuis; 3 Dierlijk en plantaardig voedsel; 4 Autorijden; 5 Vliegen.
– Ik werk aan volgende thema’s, w.o. ‘duurzaam bankieren’ en ‘zeep enzo’. Tips zijn welkom via LinkedIn.

[Uit: NRC Leven, 1 mei 2021]
Vroeger, langer dan een jaar geleden, toen er nog feestjes waren, gingen gesprekken aan de borreltafel regelmatig over zonnepanelen, vliegschaamte en vegetarisch eten. Vaak kwam de smartphone dan op tafel: „Kijk eens hoeveel stroom ik deze maand al op mijn dak heb opgewekt?” Waarbij er altijd wel iemand de pret bedierf door te meesmuilen: „Ja leuk hoor, maar je doet pas écht iets voor het klimaat als je niet meer naar Bali of Costa Rica vliegt.”

Het is de eeuwige spraakverwarring tussen optimisten en pessimisten, tussen praters en doeners. Emotie. Maar wat zijn de feiten?

Duurzame tips zijn vaak negatief geladen. ‘Stop met dit, doe niet dat!’ Terwijl er volop mogelijkheden zijn in de categorie weinig moeite, groot plezier. Praktische oplossingen liggen voor het grijpen. De stagnatie en stilte van een pandemie geven bovendien tijd om te bedenken hoe het anders kan.

Hier volgen verschillende manieren, van groot naar klein, om vandaag nog aan de slag te gaan met duurzaam leven in eigen, huis, tuin en keuken. Ze zijn gebaseerd op onderzoek van Babette Porcelijn, die twee boeken schreef over duurzaam leven (De verborgen impact en EcoPositief in vijf stappen). Cijfers en feiten komen van publieksvoorlichter Milieu Centraal.

Bijna 35 procent van de CO2-uitstoot van een gemiddeld huishouden heeft bijvoorbeeld te maken met spullen kopen (inclusief kleding, goed voor 5 procent), naast drie keer ongeveer 20 procent voor het energieverbruik in huis, voor ons voedsel en voor autorijden, vliegen en het openbaar vervoer. De rest valt toe te schrijven aan het (ver-)bouwen van woningen en ander vastgoed, en aan de aanleg van wegen.

Hoe valt hierop te besparen?

1. Koop geen spullen, koop een belevenis

Kasten, tafels, tassen en schuren vol spullen – dáár valt de eerste en allergrootste winst te behalen voor wie de aarde niet verder wil uitputten. Verzameldrift van consumenten is de allergrootste boosdoener onder de milieuduivels. Vervuiling van lucht, bodem en water is voor een derde toe te schrijven aan de productie en het gebruik van de alledaagse dingen en hebbedingen.

Als vuistregel geldt: hoe ingewikkelder om te produceren, hoe belastender voor het milieu. Smartphones, tablets, flatscreens, keukenmachines en klusapparaten zijn ingenieus in elkaar gesleutelde apparaten: bouwdozen vol micro-componenten, die zijn gemaakt van talloze soorten metaal en kunststof, met allemaal weer hun eigen keten van grondstofwinning en productie.

Ze lijken onschuldig: de digitale personenweegschaal voor minder dan drie tientjes bij Coolblue, de elektrische waterflosser waardoor je niet met een simpel houtje tussen je tanden en kiezen hoeft te peuteren. Maar hun verborgen impact (door productie en transport) is dusdanig groot dat verantwoorde zonnepanelen op het dak weinig meer zijn dan een warm dekentje om al deze materiële genoegens toe te dekken.

Naast elektronica is er een tweede categorie spullen om goed te bekijken: kleding. Vijftien of twintig broeken in de kast maakt weinig uit, voor wie maar één broek tegelijk kan dragen. Op wereldschaal is de impact daarentegen fors.

Tips

  • Bekijk alle spullen in je huis eens goed, breng naar een kringloopwinkel wat heel is en de afgelopen jaren niet gebruikt werd.
  • Gebruik smartphones en tablets en dergelijke zo lang mogelijk. Wie een nieuwe nodig heeft, kan het beste een refurbished exemplaar kopen.
  • Niet alle spullen hoef je zelf te hebben: gereedschap voor klussen en tuinieren valt prima met de buren te delen. Zie bijvoorbeeld: Peerby.com.
  • De eeuwige vraag: ‘Wat geef je aan iemand die alles al heeft’, is simpel te beantwoorden: niks. Dat wil zeggen: geef geen spullen, geef theaterkaartjes, ga samen een fietstocht maken en trakteer dan op een lekkere picknick.

2. Pak je huis in

Aardgas en elektriciteit kosten een gemiddeld huishouden zo’n 125 euro per maand. Ongeveer een derde is voor de stroom, twee derde voor het gas.

Elk zonnepaneel erbij is winst, wanneer dit in de plaats komt van fossiele brandstof. Maar een wondermiddel is het niet, en zeker niet op de daken van woonhuizen.

Stroomgebruik door consumenten levert maar een relatief klein aandeel in de totale CO2-uitstoot van Nederland. Bovendien: de grote omslag naar groene stroom valt sneller en makkelijker te realiseren door die niet zo zeer dak-voor-dak op te wekken, maar door contracten af te sluiten bij energiebedrijven die duurzaam opgewekte stroom leveren.

Overigens zit er wel een addertje onder het gras. ‘Sjoemelstroom’ bestaat: elektriciteit die als ‘groen’ wordt verkocht, maar waarachter een schimmige handel schuilgaat. Wat is wijsheid? Het kan in ieder geval helpen om de ‘groenestroomchecker’ te raadplegen.

Lastiger keuzes dan bij stroom zijn te maken bij aardgas. Hier geldt bij uitstek: investeer éérst in woningisolatie en pas daarna in andere apparaten, zoals een warmtepomp en/of zonneboiler. Het verwarmen van een gemiddelde woning in Nederland is nog altijd ‘stoken voor de vogeltjes’: ongeveer de helft van de warmte gaat verloren via vloeren, ramen, daken en muren.

Huurders moeten meestal maar afwachten of woningcorporaties en (andere) vastgoedbezitters bereid zijn te investeren in het binnenhouden van de warmte. Voor huiseigenaren begint het vaak met een lange reeks technische vragen en ingewikkelde rekensommen. Wat zijn de kosten en de baten (van te besparen kubieke meters aardgas én te investeren euro’s) om een woning ‘op te tillen’ naar een energielabel A of B? Het beste advies is hier: begin er zelf niet aan. Op allerlei manieren zijn deskundige adviseurs in te schakelen. Vrijwel alle Nederlandse gemeenten bieden voorlichting en vaak ook subsidie om onafhankelijke ‘energiescans’ te laten uitvoeren.

Eén ding geldt voor alle bewoners: zuinig gebruik van zowel stroom als warm water kan sowieso geen kwaad. De energie van verstookt aardgas gaat voor een kwart naar warm water en voor driekwart naar een warme woning.

Tips

  • De meeste CV-ketels in woningen staan te heet afgesteld, waardoor ze onnodig gas verstoken. Dit valt simpel aan te passen, zie: Zetmop60.nl.

  • Circa 35 bedrijven in Nederland leveren gas en stroom aan consumenten. Wie zo ‘groen’ mogelijk wil inkopen, kan een ranglijst raadplegen die is opgesteld in opdracht van de Consumentenbond, Greenpeace en enkele andere milieuorganisaties. Vijf bedrijven scoren een 10: Pure Energie, Vrijopnaam, Energie VanOns, om/nieuwe energie en Powerpeers.

    • Handig om te weten en noodzakelijk bij een verkoop: welk energielabel heeft je woning? Geen idee? Lees op Energielabel.nl en Woninglabel.nl waarom dit nuttig en nodig is.

3. Koop een koe

Langs de weg naar een duurzame wereld staan talloze borden met moeilijke woorden, waaronder: eiwittransitie. De belangen van een gezonde wereld in het algemeen en gezonde mensen in het bijzonder vallen hier samen.

Ja, eiwit móét, elke dag. Hoeveel? Gemiddeld 0,8 gram per kilo lichaamsgewicht. Wie 70 kilo weegt, heeft genoeg aan een kleine 60 gram eiwitrijk voedsel per dag: vlees, kaas, noten, granen – dat soort dingen. Dierlijke eiwitten, plantaardige eiwitten, beide zijn gezond.

Waarom dan toch die transitie, naar plantaardige eiwitten? Omdat de massale veehouderij verwoestend is voor landbouwgronden en natuurgebieden.

De woorden vegetariër en veganist zijn hier bewust nog niet gevallen. Het zijn begrippen die de geesten scheiden. Ze maskeren een veel groter probleem: stelselmatig te veel eten, en daarvan ook nog eens het ongezonde spul (verzadigde vetten, suikers, zout).

Wie zichzelf buiten deze stammenstrijd wil houden, kan met matigen in dierlijke eiwitconsumptie al een heel eind komen. Met bescheiden consumptie van zuivelproducten, naast af en toe een kleine portie vlees, vis, wild of (bij voorkeur) kippenbout (keurmerk ‘Beter Leven’, drie sterren).

Tips

  • Slechts enkele dagen per week een kleine portie vlees, vis of (liever) kippenbout eten, zou voor de leefbaarheid van mens en dier al een grote stap vooruit zijn. Hetzelfde geldt voor de consumptie van kaas en andere zuivelproducten.

  • Wees vooral (heel) matig met rundvlees. Van alle dieren in de veeteelt hebben runderen met afstand de allergrootste ‘ecologische voetafdruk’, en zeker wanneer hun vlees helemaal uit Zuid-Amerika (of een ander continent) afkomstig is.

  • Een nieuwe generatie boeren investeert volop in duurzame veeteelt. Consumenten kunnen aandelen kopen, in een compleet boerenbedrijf, of in één koe. Zie Herenboeren.nl, Landvanons.nl en Koopeenkoe.nl.

4. Rijd je auto helemaal op

Autorijden en vliegen strijden met elkaar om voorrang in de uitstootrace van afvalgassen. Het hangt ervan af hoeveel kilometers iemand jaarlijks rijdt en/of vliegt. Gemiddeld verplaatst één Nederlander zich jaarlijks (vóór corona) 7.700 kilometer per auto (150 kilometer per week) en 5.500 kilometer per vliegtuig (samen naar Barcelona en weer terug).

Overschakelen op elektrisch rijden is niet zomaar en direct een goed idee. Net als bij andere apparaten zit er veel ‘verborgen’ broeikasgas in de productie van auto’s. Wie eenmaal een auto heeft, met name uit de middenklasse of kleiner, kan die maar het beste zo lang mogelijk houden. De productie van één auto doet een aanslag op het milieu die even groot is als zeker zes jaar ermee rijden. Het is, op wereldschaal, dus beter om geleidelijk over te stappen op elektrische auto’s.

Tips

  • Deel een auto met buren, familie of vrienden, bijvoorbeeld via Greenwheels of MyWheels. Ook een eigen auto valt goed te delen, waarbij problemen met verzekering en aansprakelijkheid zijn op te lossen door lid te worden van de Vereniging voor Gedeeld Autogebruik.

  • Rijd standaard maximaal 100 km/u, bij 120 km/u ligt het benzineverbruik al gauw een kwart hoger.

  • Probeer het gebruik van de auto voor woonwerkverkeer te beperken tot één of twee dagen in de week.

  • Neem de fiets in plaats van de auto voor afstanden onder de vijf kilometer. In steden ben je dan vaak ook sneller waar je zijn wilt.

5. Goedkope tickets bestaan niet

Wereldwijd zijn de vlieguren van de mens geëxplodeerd: van ongeveer 3.000 miljard kilometer in het jaar 2000, naar 9.000 miljard in 2020. Tegelijkertijd is de prijs van tickets gehalveerd, gemiddeld genomen, in de afgelopen dertig jaar.

Vooral stedentrips en (andere) plekken voor massatoerisme zijn spotgoedkoop. Althans, in termen van geld, maar de waarde van de aardse atmosfeer duikelde veel harder mee.

Toeristen zijn overigens niet de grootste boosdoeners in de lucht. Dat zijn de zakenreizigers en de vrachtvliegers. Als 2020 en 2021 wereldwijd bijdragen aan méér online zakenverkeer en minder gesleep met spullen over de aarde, dan is de pandemie nog ergens goed voor geweest.

Dit laat onverlet dat ook pretvliegers wel iets uit te leggen hebben aan hun kinderen en zichzelf. Uit onderzoek blijkt: mensen die D66, GroenLinks of VVD stemmen, vliegen jaarlijks het meest en het verst. Bijsturen met accijnsheffing op nu onbelaste kerosine kan de concurrentie met treinreizen eerlijker maken. Transavia heeft nu een retourtje Porto in de aanbieding voor 39 euro. Een retourtje Assen-Maastricht per trein is bijna dubbel zo duur.

Tips

  • ‘Vlieg zelden of nooit’ – dat is wel heel makkelijk gezegd. Maar misschien wel: zet jezelf op rantsoen. Voor korte uitjes zijn talloze steden en regio’s in Europa uitstekend per trein bereikbaar. De website Klimaatwijsopvakantie.nl helpt om ietsje langer na te denken over verre bestemmingen.

  • Als je vliegt, betaal dan vrijwillig extra toeslag voor ‘klimaatcompensatie’. Natuurlijk is het, principieel bekeken, een doekje voor het bloeden. Maar praktisch gezien is het tenminste iets. KLM biedt de keuze om een CO2ZERO-toeslag te betalen, bijvoorbeeld van 12,33 euro voor een retourticket Amsterdam-Curaçao. Greenseat.com rekent hiervoor 18,07 euro.

Een eerste, kortere versie van dit verhaal verscheen in NRC van 1 mei 2021.

TWINTIG BALLONNEN

Kilo’s CO2 (en equivalenten daarvan) gelden als maateenheid in de statistieken over broeikasgas. Een gemiddeld Nederlands huishouden is zoals gezegd verantwoordelijk voor een uitstoot van ongeveer 20.000 kg CO2 per jaar.

Is dat veel? Voor ons oog en verstand is dit moeilijk voor te stellen. Meer zegt misschien: met 20.000 kg CO2 kun je twintig ballonnen vullen van elk tien meter hoog.

Kan het minder? Het móét minder. Vrijwel alle landen hebben dat met elkaar afgesproken in het Klimaatakkoord van Parijs (2015). Voor huishoudens betekent dit dat de uitstoot van broeikasgassen tussen nu en 2030 nog met een derde moet dalen: van 20 naar 13 ‘CO2-ballonnen’.